Een Opgeruimde Werkplek

Een opgeruimde werkplek helpt je geconcentreerder en effectiever te werken. Je hoeft niet op zoek naar allerlei dingen die je nodig hebt maar niet kunt vinden. Bovendien wordt je niet afgeleid door zaken waar je op dat moment niks mee moet. Maar hoe doe je dat, je werkplek opruimen? En hoe zorg je dat het opgeruimd blijft?

Je bureau opruimen

Het beste kun je beginnen met het opruimen van je bureau. Haal alles van je bureau af en maak het meteen even goed schoon nu het bureaublad leeg is. Werk je op een kantoor, dan zal de schoonmaker regelmatig langskomen. Maar vaak mogen die niets verplaatsen. Is je bureau nooit echt leeg, dan wordt hij dus ook nooit helemaal schoongemaakt. Zelf even een doekje over het bureaublad halen kan dus geen kwaad.

Nu ga je kijken naar wat je echt nodig hebt. Misschien een pennenbakje met pennen etc. Heb je die voor het grijpen liggen in je bureaula, dan is zelfs dat niet nodig. Vaak heb je ook wat brievenbakjes op je bureau waar je documenten tijdelijk in liggen. Bijvoorbeeld een bakje voor inkomende of uitgaande post. Ook dat kan handig zijn. Maar vraag jezelf ook af of er geen handiger alternatief is om ze neer te zetten. Op een lage kast achter je of in een hanger aan de muur? Een en ander is natuurlijk ook afhankelijk van hoe vaak je documenten in de bakjes legt of eruit haalt.

Papieren die je nog moet afhandelen horen in ieder geval NIET op je bureau, tenzij je er op dat moment aan werkt. Houd je graag in het zicht wat je nog moet doen, dan zijn de eerder genoemde brievenbakjes een goed idee. Label ze als je meerdere soorten papieren apart wilt houden (bijvoorbeeld een onderverdeling in facturen, beantwoorden en wachten op een reactie).

Je kasten opruimen

In kasten en bureaulades huizen vaak spullen die er al lang niet meer horen. Briefpapier met een oud logo dat niet meer gebruikt wordt, mappen met verouderde informatie, handleidingen van software die niet meer gebruikt wordt, etc. Neem een keer de tijd om alles langs te lopen (desnoods plank voor plank of la voor la) en doe alles weg wat je niet meer nodig hebt.  Liggen er spullen die ergens anders horen? Zorg dan dat ze daar terecht komen.

Je archief opruimen

Heb je een eigen archief? Kijk ook dat eens na. In veel bedrijven is er een centraal archief. Is het zinvol dat jij daarnaast nog een soort van eigen archief hebt? Hetzelfde geldt voor handboeken met procedures etc. Vaak zijn die op intranet terug te vinden en staan daar ook de laatste procedure. Heb je daarnaast zelf een map met procedures, houd je die dan up to date of zijn ze verouderd? Vraag je ook hier af of het handig is om ook nog een papieren map te hebben en of de manier waarop je dat bijhoudt niet teveel tijd en energie vergt.

Je planbord en muren opruimen

Wat hangt er aan je muur? Oude schema’s en vergeelde posters? Haal die dan weg. En je whiteboard? Moet die niet eens schoongeveegd worden? Haal alle oude aantekeningen van je memobord.

De rest van je kantoor opruimen

Kijk nu nog even rond in je kantoorruimte. Wat moet nog meer weg? Die lege dozen printerpapier? Verdorde planten? Vuile koffiekopjes? Ruim het op.

Nu je dit alles hebt gedaan, kun je geconcentreerd aan de slag met je werk. Als je de tijd hebt is het fijn om al deze stappen achter elkaar te doen, maar je kunt natuurlijk ook gewoon elke dag een beetje doen. Deel je een kantoorruimte met collega’s, betrek die er dan ook bij. Tot slot ruim je elke dag voor je naar huis gaat je bureau leeg. Dit voorkomt dat er binnen de kortste keren weer overal stapels liggen en het kost je maar een paar minuten.

10 redenen waarom kinderen niet opruimen

Ken je dat? Je vraagt je kinderen honderd keer of ze willen opruimen, maar er gebeurt niets. Natuurlijk, soms hebben ze gewoon geen zin om op te ruimen. Maar er kunnen ook nog andere redenen zijn waarom ze het niet doen.

  1. Ze weten niet wat er van hen verwacht wordt. ‘Opruimen’ is een te groot begrip. Maak de taak kleiner en concreter voor ze. Vraag ze niet op te ruimen, maar vraag ze hun blokken terug in de doos te doen. Ligt er nog meer speelgoed, dan vraag je ze daarna om dat op te ruimen. Benoem dus wat ze moeten opruimen en waar het naartoe moet.
  2. Ze hebben niet geleerd op te ruimen. Geef zelf het goede voorbeeld en ruim je spullen na gebruik direct op. Daar leren ze het meest van. Daarnaast is het slim om vanaf een jaar of twee samen met hen op te ruimen, zodat ze leren hoe je dat doet. Hier vind je een aantal redenen en de oplossing ervoor.
  3. Ze vinden het niet leuk. Maak er een spelletje van. Wie kan in 2 minuten de meeste spullen in de bak doen? Kunnen jullie de vloer in 5 minuten opruimen? Bedenk een beloning (bijvoorbeeld een boekje voorlezen) als het lukt.
  4. Ze kunnen niet makkelijk bij de dozen/bakken/kasten waar het materiaal in opgeborgen moet worden. Zorg dat de opbergplekken voor het speelgoed laag staan.
  5. Ze weten niet waar ze het speelgoed moeten opbergen. Label bakken, planken en lades etc. met foto’s van het speelgoed dat op de betreffende plek opgeborgen moet worden. Zo begrijpen kinderen meteen wat waar hoort.
  6. Het opbergmateriaal is niet geschikt voor je kinderen. De dozen zijn te groot, te zwaar of te onhandig voor je kind, waardoor het niet hanteerbaar is. Ruim zwaarder speelgoed (bijvoorbeeld autotjes) eventueel op in meerdere dozen.
  7. Het is te veel. Hebben de kinderen alles omver getrokken toen je even niet keek of de hele dag gespeeld maar tussendoor niet opgeruimd? Dan kan het opruimen een overweldigende klus lijken voor zo’n kleintje. Laat ze ook hier eerst één soort speelgoed uitzoeken en opruimen (bijvoorbeeld alle autootjes) en help zelf mee.
  8. Het is niet duidelijk wanneer ze moeten opruimen. Ruim op een vaste tijd op. Als je altijd voor het eten gaat opruimen met de kinderen, zullen ze het vanzelfsprekend gaan vinden en wordt het onderdeel van hun routine.
  9. Ze zitten nog midden in hun spel. Waarschuw vijf minuten van te voren dat jullie gaan opruimen. Waarschuw een of twee minuten vooraf nog een keer. Nu is je kind erop voorbereid dat het spelen klaar is en dat het opruimen gaat beginnen.
  10. De opbergplekken zijn te ver van elkaar verwijderd. In het ideale geval staat alle speelgoed vlak bij elkaar. Knutselspullen en boeken kun je best ergens anders bewaren. Maar als ook al het andere speelgoed verspreid door het huis bewaard wordt, verliest je kind het overzicht. Zorg dus voor een plek waar al het speelgoed opgeborgen kan worden. Dat kan een kast of een hoekje van de kamer zijn.

 

10 dingen die je direct weg kunt doen

Opruimen is lastig. Vooral als je moet besluiten wat je houdt en wat je weg doet. Gelukkig zijn er in ieder geval een aantal dingen die je direct weg kunt doen.

  1. Alle kleding die je niet meer past. Tenzij je nu zwanger bent, kun je rustig alle kleding die niet meer past weg doen. Denk je over een tijdje weer een kleinere maat te kunnen? Dan wil je vast liever iets nieuws. Voor iedereen die ervan overtuigd is binnenkort weer in die kleinere maat te kunnen: stop alle kleding van dezelfde maat bij elkaar in een doos en schrijf de maat en de datum erop. Bepaal wanneer je zoveel afgevallen wilt zijn dat die kleding weer past en schrijf ook die datum op de doos. Schrijf die laatste datum ook in je agenda. Pas je op de genoemde datum de kleding? Mooi, dan kan hij in de kast en kunnen de grotere maten weg. Past het niet, dan gaat het alsnog weg.
  2. Alles wat stuk is. Ook nu protesteer je misschien. ‘Het kan nog gemaakt worden.’ Zorg er in dat geval voor dat het deze week nog gemaakt wordt. Leg het apart (in een doos of mand) tot je tijd hebt om het te repareren. Zet in je agenda wanneer je dat gaat doen. Is het na een week nog niet gerepareerd? Dan gaat het alsnog weg.
  3. Alle hobbyspullen van hobby’s die je niet meer beoefent. Was bijvoorbeeld ooit kaarten maken helemaal jouw ding, maar doe je er nu niets meer mee? Dan kan het materiaal dat je daarvoor nog hebt weg. Heb je kinderen, geef het dan eventueel aan hen als knutselmateriaal. Dat geldt ook voor kleding en attributen voor sporten die je niet meer beoefent. Het hoort allemaal bij iets wat je ooit leuk vond, maar wat nu niet meer in je leven past.
  4. Alles wat over datum is. Medicijnen, voedsel en cosmetica. Natuurlijk kun je dingen die nog maar kort over datum zijn vaak nog gebruiken. Heb je moeite met weg doen, zorg dan dat je het direct opmaakt (dus, deze week nog). Anders gaat het alsnog weg.
  5. Boeken die je gelezen hebt, en waarvan je weet dat je ze niet meer gaat herlezen.
  6. Ongelezen boeken die je ooit gekocht hebt of gekregen hebt, maar die al jaren in je kast liggen. Wil je ze toch nog lezen? Doe dat dan ook. Begin er deze week nog in. Anders, je raadt het al, gaan ze alsnog weg.
  7. Alles wat je dubbel hebt. Vooral stellen die alleen hebben gewoond en daarna zijn gaan samenwonen hebben vaak van alles dubbel. Twee knoflookpersen, twee vergieten, dubbel bestek en servies, etc. Doe alles wat je dubbel hebt weg. Dat geldt niet voor spullen die je op meerdere plekken gebruikt. Dan kan het juist weer heel handig zijn om er een extra exemplaar van te hebben. Bijvoorbeeld een schaar in de keukenla en één op je hobbyplek.
  8. Handleidingen en garantiebewijzen van apparaten die je al lang niet meer hebt.
  9. Losse sokken (waarvan de tweede dus mist).
  10. Schoenen die je nooit aan doet omdat ze niet lekker lopen.

Met deze tips krijg je vast al wat meer ruimte in je huis. Wil je meer doen en serieus aan de slag met opruimen? Dan is de online cursus 'Een opgeruimd huis' misschien iets voor jou.

Hoe versla je uitstelgedrag?

Hoe staat het met jouw doelen? Hoever ben je op weg met de doelen die je jezelf begin dit jaar had gesteld? Ben je goed op weg of ben je aan sommige dingen nog niet eens begonnen? Uitstelgedrag, we kennen het allemaal. Of het nu gaat om afvallen of aan je conditie werken, die presentatie maken of gewoon het huishouden doen. Er zijn altijd grote en kleine klusjes die we bewust of onbewust uitstellen. Maar waarom? En is het erg?

Wanneer uitstellen een probleem wordt

  • Vertoon je af en toe of in lichte mate uitstelgedrag, dan is dat niet zo’n probleem. Het maakt je menselijk. Vervelender wordt het als uitstelgedrag wel een probleem wordt, voor jezelf of voor anderen. Als je belangrijke (zelf gestelde) doelen niet haalt, afspraken of verantwoordelijkheden op je werk niet nakomt of deadline na deadline mist, wordt uitstellen toch echt een probleem. Je zou denken dat, als je problemen ondervindt door het uitstellen, je er vanzelf wel mee zou stoppen. Maar zo werkt het helaas meestal niet. Waarom blijven we uitstellen?

Redenen voor uitstelgedrag

Vaak gaat uitstellen over een gebrek aan motivatie.

  • Je hebt een hekel aan de taak.
  • De taak is geen uitdaging meer voor je.
  • Je ziet het nut er niet van in, dus waarom zou je er überhaupt aan beginnen? Dit zijn vaak taken die je door een ander opgelegd zijn.
  • De deadline is nog ver weg en dus lijkt de taak nog niet dringend genoeg om eraan te beginnen.
  • Je doet liever leuke(re) dingen.

Maar uitstellen doen we ook uit gewoonte. Je stelt uit omdat je dat nu eenmaal altijd doet. Het is zo’n gewoonte geworden dat het moeilijk is om dingen niet uit te stellen.

 

Een hele belangrijke reden voor uitstelgedrag is angst in allerlei vormen.

  • Je weet niet of je het kunt en bent bang om te falen.
  • Je bent bang dat anderen jouw werk niet goed genoeg vinden en er kritiek op zullen hebben.
  • Je bent bang voor succes. Als je deze taak met succes uitvoert, wat verwachten ze daarna dan nog meer van je?
  • Je hebt het nog nooit eerder gedaan en weet dus niet precies wat je moet doen of waar je moet beginnen.
  • Je bent bang dat je het niet goed genoeg doet, dus doe je het maar niet.
  • Je ziet tegen de taak op.

Soms stel je simpelweg uit omdat je niet kunt doen wat er van je verwacht wordt.

  • Je hebt hulp nodig omdat het je alleen niet lukt.
  • Je zit tegen een burn-out aan en hebt geen energie meer voor de taak.

En dan is er natuurlijk nog de factor afleiding die een rol speelt.

 

  • Je bent impulsief en pakt daardoor snel andere dingen op. Je vergeet daarbij je oorspronkelijke plan, waardoor de taak blijft liggen.
  • Er zijn teveel leuke en interessante afleidingen (waar je maar al te graag gehoor aan geeft).

Je weet nu waarom je dingen uitstelt. Maar wat schiet je ermee op? Hoe kom je van je uitstelgedrag af?

Zo kom je van je uitstelgedrag af

  • Stop met het verzinnen van excuses. Er kwam een haastklus tussendoor. Vandaag kun je je niet concentreren, maar morgen wel, dus dan is het in een mum van tijd af. De buurvrouw kwam op visite en dus had ik er geen tijd voor… Die smoesjes gaan vanaf vandaag niet meer op. Als je bepaalt hebt dat je aan een klus gaat beginnen, dan doe je dat vanaf nu ook. Alleen levensbedreigende situaties zijn nog een goed excuus om er niet aan te beginnen.
  • Maak je taken en doelen zo concreet mogelijk. Dus niet ‘ik ga aan mijn conditie werken,’ maar ‘vanaf vanavond ga ik elke maandag, woensdag en vrijdag om 19.00 uur hardlopen.’
  • Spreek alleen in tegenwoordige tijd over je plannen. Dus niet ‘Ik ben van plan…’ of ‘Binnenkort ga ik…’ Maar ‘Ik ga het maandag om 9.00 uur direct doen.’
  • Doe de dingen waar je bang voor bent direct. Je bent van het vervelende gevoel dat het nog boven je hoofd hangt af, en uiteindelijk zul je meer zelfvertrouwen krijgen, waardoor uitstellen niet meer nodig is.
  • Bedenk wat de voordelen zijn van het nu doen van de taak en weeg dat af tegen de nadelen van het uitstellen. Bedenk wat er kan gebeuren als je de taak te lang uitstelt en ga daarbij uit van het ergste. Waarschijnlijk zal dit je voldoende motiveren om nu te beginnen.
  • Deel de taak op in kleine stukjes. Zo lijkt het behapbaar en is het niet langer één grote onoverzichtelijke klus.
  • Doe elke dag als eerste één ding waar je tegenop ziet. Hiermee kweek je discipline en leer je jezelf je uitstelgedrag af. Met als bonus dat je dag er een stuk relaxter uitziet nadat je die vervelende taak gedaan hebt.
  • Zoek een buddy. Spreek met elkaar af waar je aan gaat werken en breng naderhand verslag uit. Je intenties uitspreken tegenover een ander en er naderhand verantwoording over afleggen helpt echt. Je zult je taak nu niet zo snel meer uitstellen.

Hopelijk kun je met deze tips uit de voeten en ga je alsnog lekker aan de slag met het afwerken van je to do lijstjes en het behalen van je doelen.

Hoe beperk je het waterverbruik?

Met de aanhoudende droogte proberen veel mensen bewuster om te gaan met hun waterverbruik. Tegelijkertijd is er meer behoefte aan water door het warme weer. We verbruiken op dit moment per dag 30% meer  in vergelijking met een ‘normale’ dag. En dat is niet zo gek. Je wilt misschien wat vaker douchen, kinderen willen in een badje buiten, de tuin heeft meer water nodig etc. Daarom hier een aantal tips om bewuster met je waterverbruik om te gaan.

Er zijn twee dingen die je kunt doen. Je waterverbruik hoe dan ook beperken, en je waterverbruik vooral op piektijden beperken. Dit laatste helpt vooral om de waterdruk op peil te houden. Piektijden zijn de tijden tussen 6.00 uur en 9.00 uur en 18.00 uur en 22.00 uur.

Allereerst enkele zaken die je zou kunnen  uitstellen:

  • Tuin sproeien? Geef bij voorkeur niet elke dag een beetje water, maar bijvoorbeeld één of twee keer in de week veel. Als je dit doet, doe dit dan na zonsondergang. Het is effectiever doordat er minder water verdampt.
  • Auto wassen? Is het echt nodig of kan het nog even wachten? Ga je toch wassen, een emmertje met sop kost minder water dan de tuinslang erop zetten.

Het volgende kun je vermijden tijdens piekuren:

  • Kinderzwembadjes vullen? Bij voorkeur midden op de dag en niet tijdens deze piekuren.
  • Hetzelfde geldt natuurlijk voor al het andere waterverbruik zoals de tuin besproeien en douchen. Doe het waar mogelijk buiten de piekuren.

Meer water besparen:

  • Vang het water waarmee je groenten of fruit wast op en gebruik het daarna om de planten water te geven. Ook het water uit de opvangbak van je droger kun je hiervoor gebruiken. En vergeet het kinderbadje niet. Als het badje geleegd wordt, is het water nog prima geschikt voor de planten.
  • Zet een emmer onder de douche om het koude water op te vangen terwijl je wacht tot de douche warm wordt. Voor echte doorbijters: wacht niet tot hij warm wordt, maar stap er gelijk onder!
  • Is je was niet echt vuil, maar wel toe aan een opfrisbeurt? Vaak kun je dan ook toe met alleen het spoelprogramma op je wasmachine.
  • Ga kort douchen in plaats van in bad. Inzepen en haren wassen kan met de kraan uit.
  • Draai de kraan dicht tijdens het tandenpoetsen (altijd al een goed idee).

En verder: vergeet vooral niet te genieten van het mooie weer.