10 tips om tijd te besparen

Wie heeft er nu niet het gevoel altijd te weinig tijd te hebben? Wil je meer doen met je tijd, dan volgen hier tien tips om tijd te besparen.

 

1.       Doe kleine dingen meteen. Doe alles wat je minder dan 2 minuten kost direct. Dingen die langer duren schrijf je op en plan je in op een moment dat je tijd hebt.

2.       Doe soortgelijke taken achter elkaar (bijv. telefoontjes, e-mail, etc.). Door soortgelijke taken tegelijkertijd te doen, werk je sneller.

3.       Zorg voor een vaste plek voor je spullen. Dat scheelt je een hoop zoekwerk (naar sleutels, portemonnee etc.). Wen jezelf aan de spullen ook altijd op de plek neer te leggen die je ervoor bestemd hebt. Zie je je sleutels of iets anders toch op een verkeerde plek? Leg ze alsnog op de goede plek, zo wordt het een gewoonte voor je en hoef je er straks niet meer over na te denken.

4.       Doe je boodschappen in een keer of bestel ze online en laat ze thuis bezorgen. Maak gedurende de week een boodschappenlijstje van wat er op is en vul het aan met de ingrediënten voor je weekmenu. Als je nu dagelijks boodschappen doet, zal dit je enorme tijdwinst opleveren.

5.       Druk de snooze knop NIET in. Voor je het weet ben je een half uur verder. In dat half uur heb je niet echt geslapen, en vervolgens moet je je haasten om op tijd klaar te zijn.

6.       Check je e-mail op vaste tijden. Reageer niet constant direct op elk bericht, maar zet je e-mail notificaties uit. Zo word je minder afgeleid en kun je geconcentreerd aan iets anders werken.

7.       Besteed minder tijd aan social media. Houd in de gaten hoeveel tijd je hieraan besteed. Vaak besteed je er ongemerkt meer tijd aan dan je van plan was. Gebruik het als beloning voor een lastige taak die je afgerond hebt en bedenk hoeveel tijd je er maximaal aan wilt besteden. Zet desnoods het alarm op je mobiel om je erop te attenderen dat je tijd voorbij is.

8.       Plan je dag de avond van te voren. Kijk wat er op het programma staat, zoek je kleren uit, maak eventueel van te voren lunches klaar, leg de spullen die je mee moet nemen klaar. Moet je ergens anders naartoe dan normaal? Check de route, reistijden etc.

9.       Delegeer taken. Laat je kinderen (afhankelijk van hun leeftijd) helpen met kleine taakjes in het huishouden, zoals tafel dekken en weer afruimen, eigen kleding uitzoeken etc. Oudere kinderen kun je bijvoorbeeld hun eigen kamer laten schoonhouden.

 

10.   Een tot slot: zeg nee. Dat is een voor de hand liggende oplossing, maar is ook moeilijk voor veel mensen. Maar als je het al (te) druk hebt, moet je echt nog een keer goed nadenken voor je weer een extra taak op je neemt. Je kunt (en hoeft) niet alles te doen. En niemand heeft er iets aan als je ja zegt tegen iets en er vervolgens nooit aan toe komt.