Zin en onzin van trackers in je bullet journal

Ik ben een groot fan van bullet journaling. En ook een groot fan van trackers, al dan niet in een bullet journal. Maar ik ben ook iemand die het liefst alles bijhoudt in een tracker en dan aan het eind van de maand tot de conclusie kan komen dat er niks ingevuld is. Niet omdat ik niks gedaan heb, maar omdat ik het niet bijgehouden heb. Het is het bekende verhaal van dingen wel willen doen, maar er niet de tijd voor nemen of het domweg vergeten.

Dat roept bij mij vervolgens de vraag op hoe zinvol trackers nou eigenlijk zijn. Op YouTube en andere social media zie ik de mooiste trackers langskomen, en mijn eerste reactie is altijd: ‘dat ga ik ook doen!’ Maar, gezien mijn verleden van nauwelijks ingevulde trackers, vraag ik me vervolgens af hoe zinvol het is.

Waarom zou je een tracker bijhouden?

Alles begint natuurlijk met de vraag waarom je een tracker wilt bijhouden. Gewoon omdat je het leuk vind? Of ga je ook echt wat doen met de informatie uit de tracker? Maak je een tracker omdat je een nieuwe gewoonte wilt aanleren? Wil je weten hoe vaak je iets doet? Als je een tracker gewoon voor de lol bijhoudt, maakt het niet zoveel uit of je hem goed bijhoudt of niet. Wil je echter informatie uit je tracker halen, dan is het wel essentieel om hem goed bij te houden.

Mijn trackers

Over het algemeen houd ik trackers bij voor nieuwe gewoonten die ik mezelf wil aanleren of voor oude gewoonten die een beetje weg dreigen te zakken. Een tijdje heb ik ook een steptracker bijgehouden, waarin ik het aantal stappen dat ik dagelijks zette bijhield. Deze informatie kwam uit mijn fitbit, die het op zich al voor je in een grafiekje zet. De tracker was eigenlijk dus niet nodig, maar ik vond het wel prettig om een overzicht over de hele maand in mijn bullet journal te hebben. Het doel was daarbij steeds om actiever te worden op de dagen dat ik nauwelijks stappen zet (meestal zondag). Uiteindelijk kwam ik echter tot de conclusie dat het bijhouden van deze tracker niet zoveel toevoegde en dat ik steeds vaker de tracker een keer per week bijwerkte, in plaats van elke dag.

Naast dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse trackers, kun je ook trackers bijhouden die een langere periode beslaan. Een jaar bijvoorbeeld. Bijvoorbeeld om bij te houden hoe vaak je bepaalde klachten hebt, op welke dagen je menstruatie valt of hoe je humeur door het jaar heen is (zijn er seizoensverschillen?). Een tracker voor de langere termijn, die ik zelf bijhoud, is de 2019 km wandelen in 2019. Elke week zet ik het aantal gewandelde kilometers van die week in een spreadsheet en werk ik de tracker in mijn bullet journal bij.

Op social media zie ik vaak ook prachtige moodtrackers voorbij komen. Die zien er vaak prachtig uit, maar voor mij zouden ze niet zoveel toevoegen omdat alleen een weergave van mijn humeur me niet zoveel zegt. Ik heb wel een maand een eenvoudige moodtracker bijgehouden. Deze was vooral bedoeld om te zien of er een relatie was tussen mijn humeur, mijn energie en mijn productiviteit. Die relatie bleek er maar heel minimaal te zijn. Het leek me dan ook niet zinvol om nog langer een moodtracker bij te houden.

Conclusie

Of trackers zinvol zijn, is erg afhankelijk van het doel waarvoor je ze wilt gebruiken en of je ze goed bijhoudt. Voor mij zijn ze vooral zinvol als ik nieuwe gewoontes wil aanleren of wil zien hoe vaak ik iets doe. Maar zelfs dan houd ik ze niet altijd goed bij, waardoor de tracker uiteindelijk niet nuttig is. De kunst is, denk ik, om je niet gek te laten maken door al het moois dat je op het internet voorbij ziet komen. Je hoeft niet alles te doen wat een ander doet. En voorkom ook dat je trackers eindeloos lang worden. Dat maakt het vaak alleen maar lastiger om alles bij te houden.