Routine: de was doen

Routines maken het leven makkelijker. Je hoeft er niet meer over na te denken omdat ze na verloop van tijd een automatisme worden. En zo houd je je huis makkelijker schoon en netjes. Daarom besteed ik dit jaar elke maandag aandacht aan een routine. De volledige lijst vindt je hier.

De was is een terugkerend iets en daarom bij uitstek geschikt om een routine van te maken. Het is afhankelijk van de grootte van je gezin en de leeftijd van je kinderen hoeveel was je hebt. Ook zullen de momenten waarop je een was kunt draaien voor iedereen verschillend zijn. Daarom zul je zelf moeten beslissen hoe vaak en wanneer je wast. Om je daarbij te helpen, hier enkele tips.

Wasschema

Het makkelijkst is het om een schema te maken wat je wanneer wast. In je schema leg je vast wanneer je welke was draait.

Mijn wasschema ziet er bijvoorbeeld zo uit:

  • Maandag – donkere was (30 graden)
  • Dinsdag – handdoeken/theedoeken/vaatdoekjes etc. (60 graden)
  • Woensdag – lichte was (30 graden)
  • Donderdag – beddegoed (60 graden)

Een wasschema maak je als volgt:

  • Bedenk hoe vaak je een bepaalde was draait (per week).
  • Kijk op welke dagen je kunt wassen, en eventueel hoeveel wassen je dan zou kunnen draaien.
  • Plan elke was die je in een week draait in op een vaste dag.
  • Schrijf het schema eventueel uit voor je gezinsleden, zodat ze weten wanneer hun favoriete shirt weer schoon is.
  • Houd je zoveel mogelijk aan je wasschema, zodat het ook echt een gewoonte wordt.

De was doen

En dan is er het wassen zelf. Hoe doe dat precies?

  • Controleer voor je gaat wassen of alle zakken etc. leeg zijn en draai shirts met opdruk en spijkerbroeken binnenstebuiten. Hierdoor blijven ze langer mooi. Doe ritsen en haakjes etc. dicht om schade aan de wasmachine en je andere wasgoed te voorkomen.
  • Sorteer op temperatuur en soort was. Was donkere en lichte kleding bij voorkeur apart, om afgeven te voorkomen. Was wol en andere kwetsbare stoffen op een apart, daarvoor bestemd, programma. Was nieuwe kleding de eerste paar keer apart, om te voorkomen dat het afgeeft op andere kleding.
  • Stel het juiste wasprogramma en de juiste temperatuur in. Is de was erg vies, dan kun je eerst een voorwas draaien.
  • Doseer het wasmiddel en eventueel wasverzachter en doe het in de juiste bakjes.
  • Zorg ervoor dat de wasmachine niet te vol is. Je moet nog een hand boven je was op en neer kunnen bewegen. Weinig was? Tegenwoordig hebben veel machines daar een speciaal programma voor.
  • Hang de was na het wassen zo snel mogelijk op. Dit voorkomt onnodig kreuken. Gebruik je de droger, let dan op of alle kleding daar in mag en zet de temperatuur niet te hoog.
  • Haal de was ook zo snel mogelijk weer uit de droger, ook nu weer om kreuken te voorkomen.
  • Om ophopingen van was te voorkomen, is het handig om de was zo snel mogelijk na het drogen te vouwen en in de kasten te leggen. Zorg dat de was is opgeborgen voordat je aan een nieuwe wasronde begint.